De ambtenaren die aanwezig waren zijn van het ministerie van Klimaat en Groene Groei, het ministerie van Financiën, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken. (De bijeenkomst markeerde een bijzonder moment in het proces: halverwege de periode tussen de overhandiging van het advies (december 2025) en de kabinetsreactie (verwacht in juni 2026) kwamen de werelden van beleidsmakers en deelnemers bij elkaar.
De middag stond in het teken van ontmoeting, het uitwisselen van verwachtingen en het inzichtelijk maken van de stappen hoe de ambtenaren komen tot een kabinetsreactie. Verder gaven de deelnemers de ambtenaren meer inzicht in de rode draden van hun advies.
Luisteren, openheid en respect
Florette Tiemersma, MT-lid van de directie Klimaat van het ministerie, opende de bijeenkomst en heette iedereen hartelijk welkom. Na de opening ging iedereen in gemengde groepjes in gesprek over de vraag ‘Wat heeft het burgerberaad voor jou betekend, en waar hoop je op voor de komende periode?’. In de terugkoppeling vertelden deelnemers hoe het burgerberaad hun perspectief heeft verbreed en hoe waardevol het was om met zo veel verschillende mensen tot één gezamenlijk advies te komen. De open sfeer, het respectvolle gesprek en het luisteren naar elkaar werden meerdere keren genoemd als belangrijke opbrengsten. Ambtenaren spraken hun waardering uit voor deze manier van samenwerken.
Rode draden
In een ‘vissenkomgesprek’ gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over de rode draden uit hun advies, terwijl de ambtenaren luisterden. De deelnemers kregen de opdracht om te vertellen vanuit hun eigen ervaringen en over de gesprekken die ze gevoerd hebben in het burgerberaad. Op deze manier kregen de ambtenaren een inkijkje in de gesprekken en gedachten achter het advies. Centraal stonden drie centrale thema’s uit het advies: de behoefte aan langetermijnvisie van de overheid, de wens om regie en sturing vanuit de overheid, en samenwerking tussen de overheid en de samenleving.
Over langetermijnvisie zeiden de deelnemers onder andere:
“Er was frustratie bij ons richting het politieke systeem, omdat het zo gericht is op de verkiezingen elke vier jaar. Eigenlijk het gebrek aan continuïteit in de politiek, daar komt de wens van een langetermijnvisie over klimaat vandaan.”
En over het belang van regie:
“We hebben geleerd dat de samenwerking tussen de politiek en andere overheidslagen niet altijd goed gaan. Daarom dachten wij dat het geven van duidelijke kaders vanuit de Rijksoverheid zorgt dat gemeenten aan de slag kunnen met klimaatbeleid, maar wel met bewegingsruimte”.
En over samenwerking:
“Het is voor mensen niet duidelijk hoe ze de politiek kunnen bereiken. Het voelt alsof ze ver weg staan van de gewone burger, terwijl die wel wat te zeggen heeft.”
Verwachtingen
In de tweede ronde van het gesprek stond de vraag centraal wat deelnemers verwachten van de kabinetsreactie. Belangrijke punten waren dat het kabinet het advies serieus neemt, dat het kabinet helder toelicht wanneer aanbevelingen niet kunnen worden overgenomen en dat ze waar mogelijk kijken naar alternatieven. Ook noemden de deelnemers het belang van samenwerking tussen ministeries en van een kabinetsreactie in begrijpelijke taal.
Een deelnemer: “Ik hoop dat in ieder geval het burgerberaad het gevoel gaat hebben dat we serieus genomen zijn. Misschien kunnen dingen inderdaad niet maar dan willen we wel graag een onderbouwing waarom dat dan niet kan.”
Stappen naar de kabinetsreactie toe
Ambtenaren lichtten vervolgens toe hoe zij de kabinetsreactie voorbereiden, welke stappen er nog volgen en welke afwegingen daarbij een rol spelen. Zij gaven aan dat ze werken aan uitwerkingen per aanbeveling. En dat er naast een inhoudelijke reactie ook aandacht zal zijn voor de rode draden uit het advies en voor een reflectie op het instrument burgerberaad. Daarbij noemden de ambtenaren het enthousiasme binnen verschillende ministeries, evenals de ingewikkeldheid van de uitwerking. Verder nodigt het advies de ambtenaren uit om nog meer tussen ministeries onderling samen te werken en elkaar op te zoeken.